28 jun 2013

De Lijn en stad willen snelheid opvoeren naar 20 per uur in 2018

Het Laatste Nieuws - 28 juni 2013 De Gentse trams halen amper nog een gemiddelde snelheid van 13 km per uur. De Lijn heeft daarom een ambitieus plan opgesteld dat de snelheid tegen 2018 moet opkrikken naar 20 per uur. "Onze trams en bussen zouden aan elk kruispunt automatisch een groen licht moeten krijgen", klinkt het. Het stadsbestuur deelt die mening. Het voorstel om centrumparkings te sluiten, stuit echter op een 'njet'. 

Eigenlijk zouden trams een gemiddelde snelheid van 25 per uur moeten halen om een optimaal openbaar vervoer te garanderen. Niet evident, als je weet dat ze in 2007 15,4 per uur haalden en nu slechts 13 per uur. Traag, want de gemiddelde snelheid in steden is nu 17 per uur. Filip Watteeuw (Groen) hekelde in 2007 zelf nog de trage trams in Gent. Nu wordt hij als nieuwe schepen van Mobiliteit geconfronteerd met nog slechtere cijfers. "Dertien kilometer per uur is veel te traag als gemiddelde voor de Gentse trams. Het middeleeuws stratenplan maakt het in Gent onmogelijk om hoge snelheden te halen. We hebben niet veel brede lanen met aparte trambeddingen en dat verklaart het cijfer voor een stuk. Maar dat neemt niet weg dat actie zich opdringt. Het kan niet de bedoeling zijn dat men sneller te voet is dan met het openbaar vervoer", stelt Watteeuw.

 

De onderhandelingen met De Lijn zijn in elk geval aan de gang. De Lijn heeft de stad vijf werkpunten voorgelegd, die voor een vlotter openbaar vervoer moeten zorgen. "Onze trams staan voortdurend stil aan kruispunten. We zijn van mening dat trams en bussen aan elk kruispunt automatisch voorrang zouden moeten krijgen. Dat is technisch haalbaar en moet een groot verschil maken", zegt Jef Schoenmaekers van De Lijn. Momenteel bestaat dat systeem al aan de Zuid, richting centrum. Wanneer een bus of tram naar de verkeerlichten rijdt, krijgen de wagens automatisch een rood stoplicht. Dat veroorzaakt weinig oponthoud. "Verder hebben we ook gevraagd een meldingsplicht voor kleine werken in het leven te roepen. Zo worden we niet meer om de haverklap geconfronteerd met vrachtwagens of kranen die op onze routes staan. We hopen ook dat er door kleine ingrepen duidelijk wordt gemaakt, dat foutparkeren het tramverkeer in het honderd kan doen lopen."

 

Het stadsbestuur lijkt wel oor te hebben naar de rest van de voorstellen. "Het openbaar vervoer moet absoluut meer voorrang krijgen op het autoverkeer", zegt Watteeuw. "Voorrang aan kruispunten lijkt me een goede stap. Meer trams met een eigen bedding - zoals gepland bij de heraanleg van de Brusselsesteenweg - kunnen ook helpen. En we willen zeker dat er meer duidelijkheid komt over het plaatsen van kranen en werven langs bus- en tramroutes." Op langere termijn stelt De Lijn voor om de park&ride-zone verder uit te bouwen. Dat staat sowieso in het bestuursakkoord. Waar Gent De Lijn niet volgt, is de vraag om het aantal ondergrondse parkings in het centrum te beperken. "Aan de Kouter moeten onze trams en bussen voortdurend wachten achter wagens die de ondergrondse parkings in willen. Dergelijke parkings hebben een aanzuigeffect op wagens. We zijn vragende partij om het aantal centrumparkings te beperken om zo het openbaar vervoer meer kansen te bieden", klinkt het. Mobiliteitsschepen Watteeuw vindt dat laatste geen goed plan. "Zomaar een centrumparking sluiten, lijkt me praktisch niet haalbaar. We willen natuurlijk auto's weren uit het centrum, maar dit kan niet de goede manier zijn. We hebben meer baat bij het makkelijker toegankelijk maken van die parkings dan bij de sluiting ervan", denkt Watteeuw.