19 okt 2015

De fietser heeft meer politieke kracht nodig

De Standaard - 3 augustus 2015  De fietslobby's mogen zich gerust wat meer spiegelen aan VAB, Touring, Boerenbond en Unizo, schrijft Filip Watteeuw. Fietsers moeten een sterkere maatschappelijke positie innemen.

Fietsland Nederland ligt ver voorop. Qua fietsinfrastructuur heeft Vlaanderen nog een lange weg te gaan. Inzetten op fietspaddossiers is daarom belangrijk, maar wat echt het verschil maakt, is de politieke kracht van fietsers in Nederland. Daar zou niemand het nog in zijn hoofd halen om hen te negeren. Voor onder meer de Fietsersbond is op dat vlak een belangrijke rol weggelegd. De Fietsersbond is in vele Vlaamse steden een gewaardeerde speler, in veel concrete dossiers heeft hij een inhoudelijk sterke en verrijkende inbreng. Maar er is meer nodig.

Iedereen kent Piet Vanthemsche van de Boerenbond of Karel Van Eetvelt van Unizo. Ze zijn erg zichtbaar en hebben goede banden met de politieke wereld. Hun organisaties zien erop toe dat 'de landbouwer' en 'de handelaar' maatschappelijke spelers zijn waar rekening wordt mee gehouden. In de mobiliteitswereld doen VAB en Touring net hetzelfde voor de automobilist.

Waarom heeft de fietser in Vlaanderen niet dezelfde sterke positie verworven? Waarom worden fietsers vanuit bepaalde hoeken nog steeds op een gratuite manier geviseerd en meteen aan de kant geschoven? Vreemd, want fietsers hebben alle redenen om met veel zelfvertrouwen en flair naar de politieke wereld en de samenleving te stappen en duidelijke, scherpe keuzes te vragen.

Argumenten zijn er meer dan voldoende. In Gent gebeurt nu ongeveer een kwart van alle verplaatsingen met de fiets. Daarmee is hij, na de auto, het tweede grootste vervoersmiddel. Maar fietsen is gezonder, goedkoper, milieuvriendelijker en leidt niet tot files. Omdat fietsen minder plaats inneemt kan het openbaar domein aangenamer gemaakt worden. Wonen in de stad komt met fietsen minder onder druk en dus verbetert de leefkwaliteit. De investeringen voor fietsinfrastructuur zijn bovendien maar een schijntje van die voor de auto. Jarenlang al figureren Antwerpen, Brussel en ja, ook Gent in de Europese top tien van filegevoelige steden. Maar als al die fietsers hun fiets zouden inruilen voor een wagen, dan pas zou het moeilijk worden op de weg.

Vanuit die optiek 'de fietser' in zicht brengen en echt laten meetellen als 'maatschappelijke speler', dat is wat moet gebeuren. De Fietsersbond, maar ook het Fietsberaad mogen zich gerust wat meer spiegelen aan VAB, Touring, Boerenbond en Unizo als 'lobbyisten'. Het gaat erom de harten van burgers en politici voor je te winnen, en dat doe je niet alleen met fietspaddossiers. Dat doe je ook door je eigen kracht te tonen, door je maatschappelijk belang te verwoorden en (zelfs ongevraagd) positieve toekomstplannen voor een duurzame mobiliteit te presenteren.

Meer dan de restruimte

Alleen vanuit die sterke maatschappelijke positie is het dan mogelijk om constructief het debat over de toekomstige mobiliteit in Vlaanderen aan te gaan en er op te wegen. Dat debat is absoluut noodzakelijk. Onze fileranking toont dat aan, maar als Amerikaanse bedrijven al aangeven dat onze mobiliteit hen echt zorgen baart (DS 2 juli) , dan is het echt wel tijd om fundamentele keuzes te maken. En dan moet het voor de fietsers over meer gaan dan hoeveel ruimte ze toegewezen krijgen of waar een fietspad moet komen.

Ik illustreer het vanuit mijn eigen stad. Mijn voorgangers hebben erg belangrijke investeringen gedaan in fietsinfrastructuur. Daardoor is het aandeel van de fiets in het totale aantal verplaatsingen gestegen van 14 procent in 2000 naar 22 procent in 2012. Maar tegelijkertijd steeg het absolute aantal autoverplaatsingen nog eens met 30 procent. Iedere dag doen de Gentenaars nu toch 70.000 autoverplaatsingen meer dan in 2000. Dat heeft vele redenen: de salariswagens, het meer individuele gebruik van de auto's. Het betekent vooral dat we duidelijkere keuzes moeten durven maken. En daarom is het pleidooi van Kris Peeters (DS 30 juli) zo terecht. Als we de bereikbaarheid van en de leefkwaliteit in onze steden en gemeenten willen garanderen, dan mag het debat niet alleen meer gaan over de restruimte die fietsers en voetgangers krijgen of over de breedte van een fietspad of een voetpad. Het gaat dan over de plaats van elk vervoersmiddel, ook van de auto. Anders lopen we gewoon vast.