Het afbraakvoetbal van de Gentse NV-A en OpenVLD

Filip
Rubriek:
Gent

Ronduit ontgoochelend hoe N-VA en Open VLD de Gentse verkiezingsstrijd instappen. Ik hoopte echt dat zij met open vizier het debat zouden aangaan over de toekomst van deze stad. De confrontatie van ideeën had kunnen leiden tot betere voorstellen en programma’s. Dat zou dan weer goed zijn voor Gent en de Gentenaars.

Maar niets van dat. Open VLD en N-VA kiezen voor puur afbraakvoetbal. De man, niet de bal.

Het kartel sp.aGroenGent presenteerde al op 2 juli 2011 een eerste schets voor Gent als stad van de toekomst. Meer dan een half jaar later komen Open VLD en N-VA niet verder dan een pak sneren. Ze presenteren geen alternatief project voor Gent maar pogen enkel het kartel te beschadigen.

Ze ontzien daarbij burgemeester Termont. Heel opvallend is dat. Termont is nochtans het uithangbord van het kartel. Maar zowel Open VLD als N-VA zijn natuurlijk bang voor zijn enorme populariteit en durven hem dan ook niet tegenspreken. Dat is gewwon laf. (Als ze zo verder doen zal N-VA binnenkort uitpakken met een bange wezel in plaats van een wit konijn.) Dus gooien ze het maar over een andere boeg. De aanval op Groen is ingezet. En ze schuwen daarbij geen middelen. Uit goede bron weet ik dat N-VA alle gemeenteraadsverslagen van de voorbije legislatuur heeft gescreend op zoek naar opvallende – lees schadelijke – quotes van Groengemeenteraadsleden. Ze doen maar. Maar het is wel erg als ze dan woorden helemaal uit de context halen en verdraaien.

Bijvoorbeeld als het over bedelaars gaat. Natuurlijk zijn bedelaars geen ondernemers. Wie zou nu zoiets beweren? Matthias Declercq en Siegfried Bracke beweren nochtans dat ik dit ooit zei. Om hier geen misverstand over te laten bestaan citeer ik mezelf maar eens. In de gemeenteraad van juni 2011 zei ik het volgende. “Het is voor mij evenwel ondenkbaar dat je armen zou verbieden om toch nog te iets te doen aan hun situatie, (…) het is ondenkbaar dat je het laatste greintje ondernemingszin dat die mensen nog hebben, zou verbieden.” Dat iemand nog net beschikt over een ‘laatste greintje ondernemingszin’, betekent niet dat het een ondernemer is. Ondernemingszin betekent niet meer of niet minder dan zin voor initiatief. Maar ik zeg dus ook ‘het laatste greintje’! Dat is dus het allerlaatste restje. Duidelijk toch? Maar Bracke en Declercq blijken de armoede in Gent niet echt te kennen. Ze beseffen blijkbaar niet, dat voor wie maatschappelijk en financieel volledig door het ijs is gezakt, bedelen niet vanzelfsprekend is en zeker geen pretje. Verdedig ik daarmee bedelarij? Natuurlijk niet. Ik zeg ten andere ook duidelijk dat exploitatie van bedelarij absoluut moet worden aangepakt. Maar ook bij de aanpak van overlast door bedelarij moet je correct werken.

Mijn basiskritiek was vooral dat het reglement juridisch langs alle kanten rammelt.

Het is ten andere opvallend dat Bracke zo hard uithaalt naar Groen, maar dat de N-VA op de gemeenteraad of in de commissie niet eens tussenkwam. Geen woord. Niks. N-VA lanceerde ook geen persbericht over de zaak. Zo belangrijk was het blijkbaar niet voor N-VA. Tot op het moment natuurlijk dat het kan gebruikt worden voor eigen gewin. Ik noem dat cynisch.

Siegfried Bracke zegt ook nog dat het kartel niet zou werken voor alle Gentenaars maar enkel voor de kansengroepen. Bracke spuwde het woord kansengroepen bijna uit. Hallo? Ik heb de indruk dat burgemeester Termont – en met hem het kartel - er net zeer goed in slaagt om alle Gentenaars te bereiken. Misschien moet Bracke toch nog even de koepeltekst van het kartel lezen. Ik haal er maar één zinnetje uit: “Gelijke kansen voor alle inwoners tot onderwijs, werk, wonen, cultuur, ontspanning en zelfontplooiing, gezondheidszorg en sociale voorzieningen , …” Mag het nog even, mijnheer Bracke. En inderdaad, we willen strijden tegen armoede, tegen achterstelling, tegen discriminatie. Wij hopen van u hetzelfde.